Verdeling rechters

Verdeling rechters

De zaakstoedeling bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wordt gereguleerd om de onpartijdigheid van rechters te waarborgen. De belangrijkste richtlijnen zijn:

  1.  Familie en relaties: rechters mogen geen zaken behandelen waarbij hun (ex-)partner, naaste familieleden of aanverwanten betrokken zijn, als partij of rechter. Ook vermijden ze bij voorkeur zaken waarin een naaste betrokken is of was als rechter.
  2. Kennissen en zakelijke relaties: rechters moeten voorkomen dat zij zaken behandelen waarbij personen uit hun persoonlijke of zakelijke kring betrokken zijn. Als dit toch het geval is, moeten ze overwegen zich terug te trekken.
  3. Nevenfuncties: rechters mogen geen zaken behandelen waarin hun huidige of recente nevenfuncties een rol spelen, vooral wanneer dit de schijn van partijdigheid kan opwekken, zoals politieke nevenfuncties
  4. Partners met juridische functies: rechters met een partner in juridische beroepen, zoals advocaat, deurwaarder of officier van justitie, mogen geen zaken behandelen waarbij de partner betrokken is of bij een parket werkt waar de partner actief is.
  5. Vorige werkkring: rechters moeten geen zaken behandelen waarbij zij vanuit een eerdere werkkring betrokken waren of waarbij een voormalige cliënt van hen betrokken is.
  6. Eerdere bemoeienis en herhaalde zaken: rechters moeten zich bewust zijn dat hun onpartijdigheid in twijfel kan worden getrokken als ze eerder betrokken waren bij dezelfde zaak of herhaaldelijk zaken van dezelfde partijen behandelen.

In alle situaties wordt van de rechter verwacht dat hij of zij zich terugtrekt wanneer de onpartijdigheid in gevaar komt. Er zijn nog meer – ook wettelijke – regels die de Rechtspraak volgt om te zorgen voor een onafhankelijke, onpartijdige en integere rechtspraak. Bijvoorbeeld via de artikel 37 procedure of de gedragscode met aanbevelingen om de onpartijdigheid van de rechters te bevorderen.